Aanbevelingen voor de Fysiotherapeut
Op welke manier kunnen zorgverleners goede zorg het beste bieden aan cliënten die eenzaamheid ervaren?
- Sta cliënten allereerst bij in hun gevoelens van eenzaamheid. Wees met aandacht aanwezig door het tonen van empathie, respect, geduld en warmte. Menselijk contact biedt ruimte en de mogelijkheid om de cliënt te leren kennen en te betrekken bij alles wat de cliënt aangaat.
- Realiseer en accepteer dat eenzaamheid niet altijd (volledig) oplosbaar is of hoeft te zijn.
- Wees je bewust van je betekenisvolle rol als zorgverlener en reflecteer op een passende vorm van professionele nabijheid in het contact met cliënten.
- Respecteer de rechten van de cliënt als deze (nog) niet over eenzaamheid wil, kan of durft te praten, of (nog) geen ondersteuning wil, kan of durft te ontvangen. Blijf in contact en kijk af en toe hoe het gaat.
- Onderzoek de groepsdynamiek en/of -samenstelling als het gevoel van veiligheid binnen een woon- of zorgomgeving bij een cliënt in het geding is. Kijk, indien nodig, of er aanpassingen kunnen worden gedaan.
- Leer de cliënt en diens levensverhaal kennen, ook in relatie tot diens gevoelens van eenzaamheid. Daarmee kan zorg beter aansluiten op iemands persoonlijke mogelijkheden, behoeften, wensen en voorkeuren.
- Geef psychosociale en existentiële aspecten van gezondheid aandacht om iemands eenzaamheid en sociale behoeften te begrijpen. Dit vereist een verschuiving in professioneel handelen naar een holistische benadering.
- Beschouw de aanbevelingen in dit hoofdstuk als het uitgangspunt van werken met (mogelijke) eenzaamheid bij cliënten. Deze vormen de kern waarop alle andere aanbevelingen uit de richtlijn voortbouwen.
Wat zijn geschikte methoden om met cliënten te communiceren over hun eenzaamheid en sociale behoeften?
- Ga het gesprek aan met de cliënt over de gevoelens van eenzaamheid en wat eenzaamheid voor die specifieke persoon betekent (zie Tabel 4.1 voor voorbeeldvragen). Als dat niet kan, observeer de cliënt en/of ga in gesprek met de omgeving over het leven en de zingeving van de cliënt.
- Gebruik ondersteunende communicatie om de huidige communicatie te versterken, verbeteren en/of uit te breiden. Zet dit op maat in. Zo kan non-verbale lichaamstaal zoals gebaren en klanken, materialen zoals pictogrammen (zie Figuur 4.2) of foto’s, spraakknoppen en technologie ondersteunen bij communicatie.
- Overweeg de zes stellingen uit de Eenzaamheidschaal, aangevuld met stellingen over existentiële eenzaamheid (zie Tabel 4.2), te gebruiken ter ondersteuning van het gesprek en om een beeld te krijgen van hoe de eenzaamheid zich in de loop van de tijd ontwikkelt.
- Geef tijdens het bespreken en opstellen van het begeleidingsplan of zorg(leef)plan aandacht aan eenzaamheid.
- Zet hulpmiddelen (zie Tabel 4.3) in om in gesprek te gaan over eenzaamheid, zoals de behoeftenbloem van Kitwood, de vrijetijdskaart en netwerkcirkel, een levensboek of een eenzaamheidskwartet.
- Communiceer actief over eenzaamheid: bij opname in een zorginstelling; bij levensgebeurtenissen en andere risicovolle momenten; en bij twijfel of een niet-pluisgevoel over het bestaan van mogelijke eenzaamheid.
- Geef eenzaamheid herhaaldelijk aandacht in het contact met de cliënt. Onderzoek eenzaamheid daarnaast cyclisch tweemaal per jaar, bijvoorbeeld via cliënttevredenheidsonderzoeken of planbesprekingen.
- Schakel een deskundig zorgverlener, zoals een (GZ-)psycholoog of geestelijk verzorger, in om de situatie van de cliënt rondom eenzaamheid en sociale behoeften verder in beeld te brengen als je jezelf niet deskundig acht.
- Gebruik andere woorden als direct praten over eenzaamheid niet lukt. Doe dit door bijvoorbeeld te vragen naar hobby’s, het meedoen met anderen of activiteiten, het ervaren van verbinding of contacten/relaties. Stem af op de behoeften van de cliënt.
- Wees je ervan bewust dat eenzaamheid subjectief is: jouw perspectief op eenzaamheid als zorgverlener kan verschillen van het perspectief van de cliënt. Vraag aan de cliënt of jouw indruk overeenkomt met de ervaring van de cliënt.
Bij welke signalen en risicofactoren van eenzaamheid bij cliënten is alertheid geboden?
Wees alert op mogelijke eenzaamheid bij de volgende signalen:
- Sociale signalen: klein sociaal netwerk, lage frequentie van sociaal contact, lage kwaliteit van sociaal contact, buitengesloten worden.
- Psychische signalen: gevoelens van somberheid en angst, gevoelens van lage emotionele nabijheid/verbinding, laag zelfvertrouwen/gevoel van eigenwaarde.
- Existentiële signalen: gemis aan autonomie en controle/regie, gemis aan betekenis, gemis aan begrip (en steun), gemis aan waardigheid, gemis aan waarden, gemis van leven buiten de instelling.
- Lichamelijke signalen: afnemende cognitieve veerkracht, beperkingen in dagelijks functioneren, beperkte communicatieve redzaamheid, complexe gezondheidssituatie, lichamelijk ongemak en vermoeidheid.
- Gedragsmatige signalen: zich afzonderen/terugtrekken, passiviteit, moeilijk verstaanbaar/onbegrepen gedrag, moeite om zelf sociale initiatieven te starten (en te onderhouden).
- Wees je bij het interpreteren van signalen bewust van de subjectiviteit van eenzaamheid: eenzaamheid kan door iedereen anders worden ervaren en geuit. Niet ieder signaal betekent dat een cliënt eenzaamheid ervaart. Ga met de cliënt in gesprek om de situatie verder in beeld te brengen.
Wees alert op mogelijke eenzaamheid bij de volgende risicofactoren:
- Sociodemografische factoren: mannelijk geslacht, ongehuwd of zonder partner, migratieachtergrond, gescheiden, hogere leeftijd, zonder (vmbo-t-)diploma, kinderloos.
- Institutionele factoren: tekort aan middelen, institutionele afhankelijkheid, structureel tijdgebrek van zorgverleners, rigide zorgstructuren die leiden tot standaardzorg, onderbelichting van existentiële en/of religieuze behoeften, gebrek aan continuïteit in zorgrelaties, vertrouwen in zorgverleners, omgeving die niet stimuleert tot sociale verbinding, slechte aansluiting met medebewoners, gebrek aan aanbod van passende en zingevende daginvulling, vrijheidsbeperkende middelen en maatregelen.
- Levensgebeurtenissen en momenten: verlies van belangrijke personen, wegvallen van (onbetaald) werk/daginvulling, verhuizing, momenten zoals de avond, het weekend, de winter of zomer, feestdagen.
Welke methoden en strategieën zijn het meest geschikt voor het aanpakken van eenzaamheid bij cliënten?
- Zoek samen met de cliënt, en eventueel met het netwerk, naar de best passende aanpak tegen eenzaamheid. Verken daarbij welke doelen en middelen het beste bij die cliënt passen. Kijk ook naar welke frequentie en welke groepsvorm het beste past.
- Overweeg de volgende middelen bij mensen in de intramurale zorg die eenzaam zijn:
- Sociale contacten en vaardigheden (bv. apps, trainen van communicatieve redzaamheid, gespreksgroepen of (levensbeschouwelijke) bijeenkomsten);
- Gesprekken met zorgverleners;
- Contact met dieren;
- Herinneringen;
- Robotica;
- ICT en online interacties;
- Vaktherapie (beeldende-, muziek-, drama-, spel-, dans- en bewegings- en psychomotorische therapie);
- Sport en spel;
- Burgerschap.
- Probeer een gecombineerde aanpak van meerdere soorten middelen in te zetten. Zie de databanken Erkende sociale interventies bij eenzaamheid van Movisie of het Interventie overzicht bij eenzaamheid van Loket gezond leven (RIVM) voor voorbeelden.
- Wees terughoudend met het gebruik van virtuele realiteit (VR) en actieve ondersteuningsprogramma’s.
- Evalueer blijvend, bij voorkeur met een voor de cliënt vertrouwde zorgverlener, of de aanpak van eenzaamheid het gewenste effect heeft voor de cliënt en stel zo nodig bij.
Hoe kunnen cliënten, zorgverleners en/of naasten het beste samenwerken om op een passende manier met eenzaamheid om te gaan?
Voor zorgverleners
- Zie eenzaamheid als een gezamenlijke verantwoordelijkheid in de zorgdriehoek, waarin iedereen iets kan doen als de cliënt daar behoefte aan heeft. Zorg voor gezamenlijke doelen en verwachtingen.
- Breng in kaart wie er onderdeel is van de zorgdriehoek rondom eenzaamheid: de cliënt, diens naasten en zowel formele als informele zorgverleners, zoals vrijwilligers. Kijk daarbij ook naar de rol van de samenleving.
- Investeer in een goede en gelijkwaardige relatie met cliënten en hun naasten met wederzijds vertrouwen en waardering. Toon een respectvolle en open houding met oprechte nieuwsgierigheid naar de cliënt en diens naasten. Durf pijnlijke gevoelens onder ogen te zien en daarover in gesprek te gaan.
- Maak eenzaamheid regelmatig bespreekbaar in de zorgdriehoek. Ook als er geen probleem merkbaar is. Wees tegelijkertijd open als anderen dit onderwerp aansnijden.
- Stel, in overleg met de cliënt en diens naasten, een zorgverlener en een naaste aan als vaste aanspreekpunten voor zowel andere zorgverleners als cliënten en hun naasten.
- Maak duidelijke, volledige en transparante afspraken en zorg voor goede rapportage over signalen, doelen en acties.
- Houd rekening met de belasting van naasten en mogelijke eenzaamheid die zij zelf kunnen ervaren, juist vanwege de zorgvraag van hun naaste. Zie de richtlijn Mantelzorg van V&VN voor handvatten om overbelasting te signaleren, te voorkomen of te verlichten.
- Voor zorgorganisaties
- Draag zorg voor een duidelijke taak- en rolverdeling tussen formele en informele zorgverleners.
- Draag zorg voor een veilige werkomgeving en open cultuur binnen zorginstellingen, waarin zorgverleners elkaars visie respecteren en verbinding creëren tussen de zorgorganisatie en de samenleving.
- Draag zorg voor een duidelijke sociale kaart waarin (zorg)organisaties en andere partijen elkaar weten te vinden voor initiatieven rondom eenzaamheid.
Hoe kan de organisatie van zorg optimaal bijdragen aan het omgaan met, herkennen van en aanpakken van eenzaamheid bij cliënten?
Voor zorgorganisaties
- Bevorder de kennis en deskundigheid van zorgverleners op het gebied van eenzaamheid door middel van scholing of het delen van succesvolle initiatieven.
- Denk na over de locatie, toegankelijkheid en inclusiviteit richting de samenleving bij het ontwerp en de inrichting van zorginstellingen. Zorg ervoor dat zorginstellingen middenin of in verbinding met de maatschappij worden gebouwd.
- Ontwikkel beleid en visie over eenzaamheid met duidelijke werkprocessen om voldoende tijd en ruimte te creëren voor zorgverleners om specifiek met eenzaamheid bezig te zijn.
Voor zorgverleners buiten de (semi-/)intramurale langdurige zorg
Zorg dat er al aandacht is voor eenzaamheid voordat iemand een Wlz-indicatie krijgt of wordt opgenomen in een zorginstelling. Overweeg de aanbevelingen uit deze richtlijn ook toe te passen bij mensen die nog thuis wonen of gebruik richtlijnen over eenzaamheid voor andere zorgsettings. Zorg voor goede overdracht van informatie bij de opname in een zorginstelling.