Aanbevelingen voor de fysiotherapeut
Fysieke training bij vermoeidheid
Zoek uit of er sprake is van primaire of secundaire vermoeidheid bij MS
Aanbevolen wordt om de keuze van de vragenlijst/subschaal, die gebruikt gaat worden, afhankelijk te maken van het vermoeidheidsaspect en de tijd waarover je wilt meten.
Aanbevolen wordt om de FSS te gebruiken voor bepaling van de ernst en frequentie van vermoeidheid, de MFIS voor fysiek, cognitief en psychosociaal functioneren en de CIS20R voor subjectief ervaren vermoeidheid, afname van motivatie, activiteit en concentratie.
Overwogen kan worden om bij mensen met MS vermoeidheid in kaart te brengen door afname van meerdere vragenlijsten tegelijk.
Bespreek samen met de patiënt het inzetten van cognitieve gedragstherapie of fysieke training als behandeling voor MS-gerelateerde vermoeidheidsklachten. Informeer de patiënt hierbij over de inhoud en de belasting van de betreffende interventies. Evalueer het effect van de ingezette behandeling na 3 tot 4 maanden.
Besteed tijdens en na afronding van de gekozen interventie aandacht aan het bestendigen van het effect op de langere termijn.
Zet geen dieetinterventie, energiemanagement of multidisciplinaire revalidatiebehandeling in om MS-gerelateerde vermoeidheid te behandelen. Overweeg de principes van energiemanagement alleen in te zetten als er vragen zijn vanuit de patiënt over het verdelen van de activiteiten over de dag.
Conditie
Aanbevolen wordt om de reguliere testen voor het meten van de inspanningscapaciteit te gebruiken indien de symptomen van MS zeer mild zijn.
Aanbevolen wordt om bij duidelijke fysieke beperkingen rekening te houden met deze beperkingen bij de keuze van een test voor het meten van de inspanningscapaciteit en de interpretatie van de resultaten van deze tests.
Aanbevolen wordt bij patiënten met MS, binnen hun fysieke mogelijkheden, een goede lichamelijke conditie na te streven in verband met de positieve effecten op de algemene gezondheid.
Aanbevolen wordt om bij beperkte lichamelijke mogelijkheden de patiënt met MS te helpen bij het zoeken naar (aangepaste) mogelijkheden tot sportief bewegen. Voor een groot deel van de patiënten met MS zijn deze mogelijkheden aanwezig.
Aanbevolen wordt sportief bewegen ook te gebruiken om ziektegebonden doelen te behalen, zoals vermindering van spasmen, het opnieuw leren kennen of ervaren van grenzen, het verminderen van ervaren vermoeidheid en het vergroten van het zelfvertrouwen.
Aanbevolen wordt bij het opstellen van een programma voor sportief bewegen rekening te houden met: een rustige opbouw, het voorkomen van piekbelastingen, het afwisselen van perioden van inspanning en rust, en warmte-intolerantie door te zorgen dat lichaamswarmte niet vastgehouden wordt en de omgeving niet te warm is. Waarschijnlijk kunnen patiënten met MS beter váker met een kortere duur bewegen dan 1 keer langer sub maximale intensiteit.
Wanneer een persoon geen problemen ondervindt tijdens sportief bewegen is regelmatige evaluatie niet direct nodig. Wanneer wel problemen optreden kan de frequentie van evalueren omhoog gebracht worden.
Loopproblemen
Reguliere trainingsprogramma’s als interventie om loopproblemen te verbeteren kunnen veilig worden voorgeschreven na informatieverstrekking en instructie.
Informeer de patiënt over de mogelijkheid van tijdelijke verergering van al bestaande klachten en hoe hier mee om te gaan.
Informeer de patiënt dat verminderde spierkracht of het verminderd (bewegings)gevoel kan gevolgen hebben voor de stabiliteit en daarmee voor de veiligheid waarmee getraind kan worden.
Promoot continuering van gezond beweeggedrag na na afronden van de revalidatie. Zie hiervoor de module Leefstijl – beweging. (opent in nieuw tabblad)
Overweeg loopvaardigheidsproblemen te behandelen met progressieve krachttraining en/of gecombineerde bewegingsinterventies.
Overweeg loopsnelheid te verbeteren met krachttraining of whole body vibration.
Overweeg verminderd functioneel inspanningsvermogen te verbeteren met ergometertraining en Pilates.
Overweeg balans te verbeteren met balanstraining, krachttraining, hippotherapie of Pilates.
Bewegen
Vraag bij consulten regelmatig expliciet naar beweeggedrag, motivatie om te bewegen en naar belemmeringen om te bewegen.
Leg de positieve effecten van bewegen op de gezondheid uit.
Motiveer de patiënt om een beweegactiviteit te gaan/blijven doen.
Overweeg bij patiënten met MS die niet zelfstandig een actieve leefstijl kunnen onderhouden, verwijzing voor ondersteuning bij het starten en volhouden van een beweegprogramma.
Benoem aan de patiënt dat:
- sporten bij MS geen negatieve invloed op de progressie van de aandoening heeft;
- door bewegen al bestaande klachten tijdelijk kunnen verergeren en dat dat invloed kan hebben op de kans op een blessure of vallen;
- men moet blijven bewegen om daar de positieve effecten van te behouden.
Evalueer de manier van bewegen met de patiënt en bespreek het belang van een verantwoorde en veilige uitvoering. Zorg voor borging van beweeggedrag.
Arm- handfunctie
Verwijs patiënten met MS met armhandklachten bij voorkeur naar een therapeut (ergotherapeut en/of fysiotherapeut), en/of arts (revalidatiearts, specialist ouderengeneeskunde en/of neuroloog) die bekend is met centraal neurologische aandoeningen en bij voorkeur met de behandelmogelijkheden van arm/hand problemen bij patiënten met MS.
Overweeg daar waar geen MS-specifieke kennis voorhanden is, samen te werken met gespecialiseerde MS centra of MS netwerken.
Verricht diagnostiek om de volgende aspecten vast te stellen:
- de neurologische stoornissen (motorisch, sensorisch, coördinatie);
- de impact van de stoornissen op het dagelijks leven (functioneren, participatie);
- secundaire gevolgen (bijvoorbeeld disuse, deconditionering, contractuurvorming) van MS.
Zet aan de hand van de bevindingen een behandeling in:
- fysieke sensomotorische training en/of training gericht op de functionele inzet van de arm/hand bij het dagelijks functioneren bijvoorbeeld bij disuse en deconditionering;
- preventie, bijvoorbeeld ten aanzien van contractuurvorming, behoud van functies;
- compensatie van de ervaren handfunctieproblemen, bijvoorbeeld om bepaalde activiteiten die niet trainbaar zijn toch te kunnen laten plaatsvinden.
Streef naar een progressief programma op maat met een hoge dosering (duur, frequentie, sessies, intensiteit (aantal herhalingen)) ten behoeve van opbouw van functie en waar niet mogelijk op behoud van functie.
Overweeg meerdere keren per week armoefeningen aan te bieden mits de patiënt de dosering aan kan.
Arbeidsparticipatie
Voor behoud van werk, vraag actief tijdens het gehele ziektebeloop bij werkende mensen met MS naar:
- de actuele werksituatie;
- cognitieve problemen;
- vermoeidheid;
- toenemende functionele beperkingen;
- zorgen over het werk en werkbehoud.
Wees extra alert bij patiënten met een hogere leeftijd, vrouwelijk geslacht en/of een lager opleidingsniveau.
Indien er sprake is van één of meerdere bovengenoemde problemen, volg bij cognitieve problemen, vermoeidheid (medicamenteus of niet-medicamenteus) en/of toenemende functionele beperkingen de aanbevelingen op uit de desbetreffende modules in deze richtlijn.
Verwijs bij zorgen over het werk en werkbehoud laagdrempelig door naar de bedrijfsarts, ook wanneer er nog geen sprake is van ziekteverzuim.
Overweeg in het geval dat er geen bedrijfsarts beschikbaar is, door te verwijzen naar arbeidsrevalidatie.