Ga naar de inhoud

Organisatie en werkwijze zorg voor patiënten met chronische pijn (2026)

De leidraad Organisatie en werkwijze zorg voor patiënten met chronische pijn biedt zorgprofessionals richting bij de organisatie en uitvoering van de zorg voor patiënten met chronische pijn. Hiermee draagt de leidraad bij aan de juiste zorg op de juiste plaats. 

Het KNGF is betrokken geweest bij de ontwikkeling van de producten door middel van de afvaardiging van: Lennard Voogt in de werkgroep, Robert van der Noord in de klankbordgroep en Paul van Wilgen en John Reijnen in de commentaarfase.

Gerelateerde links:

Organisatie en werkwijze zorg voor patiënten met chronische pijn (2026)

Aanbevelingen voor de fysiotherapeut

Binnen de richtlijn wordt de rol en positie van de fysiotherapeut niet specifiek beschreven.

De aanbevelingen zijn veelal gericht op alle zorgprofessionals die te maken hebben met patiënten met chronische pijn, dus ook de fysiotherapeut.

Organisatie van de chronische pijnzorg

Voor alle zorgprofessionals

Beschouw iedere patiënt waarbij de pijnklachten langer dan drie maanden bestaan als een patiënt met chronische pijn. Breng patiënten met chronische pijn standaard in kaart volgens het biopsychosociale model. Hierbij kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van:

  • Het International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) model;
  • het SCEGS (Somatische, Cognitieve, Emotionele, Gedragsmatige en Sociale dimensie) model; en/of
  • Vlaggen.

Bied passende zorg op basis van de benodigde zorgzwaarte (zie ook de module (De-)escalatiecriteria. Wees voorzichtig met het doen van uitspraken buiten de eigen expertise om discrepanties in boodschappen tussen zorgverleners te voorkomen.

Voor alle zorgprofessionals, met uitzondering van de huisarts

Informeer de huisarts over ingezette diagnostiek en behandelingen, waar nodig na toestemming van de patiënt. Betrek hiernaast de huisarts bij eventuele vervolgverwijzingen. Afhankelijk van functie: Volg ook de richtlijn HASP (medisch specialisten) HASP-paramedicus (paramedici), Informatie-uitwisseling huisarts-tweedelijns GGZ (professionals binnen de tweedelijns-GGZ; wordt herzien) of de leidraad ‘Verwijzen door de bedrijfsarts’ (bedrijfsartsen).

Voor zorgprofessionals niet-gespecialiseerd in chronische pijn in de eerste lijn

Verwijs de patiënt met chronische pijn bij afwijkend beloop van de behandeling naar een in chronische pijn gespecialiseerde zorgprofessional.

Voor zorgprofessionals gespecialiseerd in chronische pijn in de eerste lijn

Participeer, indien aanwezig, in een regionaal (of lokaal) transmuraal samenwerkingsverband voor chronische pijnklachten van meer complexe aard (zie ook de onderstaande aanbevelingen voor de tweede lijn). Bespreek patiënten zodra er sprake is van een afwijkend beloop van de behandeling en/of risicofactoren voor chroniciteit in dit samenwerkingsverband. Wees beschikbaar voor vragen van overige zorgprofessionals.

Voor zorgprofessionals betrokken bij de zorg aan chronische pijnpatiënten in de tweede- en derde lijn

Leg binnen de instelling vast:

  • wie de coördinator is en welke van de taken door de coördinator worden opgepakt (zie tabel 1). Deze taken omvatten ook het initiëren en/of onderhouden van een regionaal samenwerkingsverband/netwerk;
  • wie de functie van regiebehandelaar bekleedt; en
  • de afspraken over aanwezigheid en beschikbaarheid van de coördinator en regiebehandelaar.

Versterking eerste lijn

Overweeg de inzet van (een) zorgprofessional(s) met ervaring (en/of interesse) in pijnzorg in de eerste lijn die:

  • Op indicatie aanvullende (biopsychosociale) diagnostiek, indicatiestelling en monitoring kan verrichten en adviezen kan geven over waar patiënten de juiste zorg op de juiste plek krijgen.
  • Patiënten met complexe problematiek (patiëntgebonden factoren en factoren van zorgproces) kan ondersteunen in de regievoering.
Voor de zorgprofessional(s) met expertise en vaardigheden in pijnzorg

Voer op indicatie en in afstemming met de huisarts één of meerdere van onderstaande taken uit:

  • Screen patiënten op biopsychosociale factoren die pijn beïnvloeden en bespreek de uitkomsten van de screening met patiënt.
  • Bespreek met de patiënt de invloed van biopsychosociale factoren op het pijnprobleem en geef pijneducatie om tot een gezamenlijk verwijzings- of behandelplan te komen. Zet dit plan (via de huisarts) in werking.
  • Bespreek waar nodig de patiënt ook in het regionaal (of lokaal) samenwerkingsverband (zie module Organisatie van de chronische pijnzorg).
  • Wees het aanspreekpunt na diagnostiek en behandeling in eerste, tweede of derde lijn, en bij een terugval.
Op- en afschaling binnen chronische pijn zorg

Bied de meest effectieve behandeling aan op de juiste plaats, passend bij de aard en ernst van het probleem en context. Pas zo veel mogelijk de principes van ‘samen beslissen’ toe.

Overweeg in samenspraak met de patiënt opschaling naar een hoger echeleon bij één of meer van deze factoren:

  • De juiste pijndiagnose of verklaring kan niet worden gesteld of worden gevonden en aanvullend onderzoek, advies en/of expertise is nodig (inclusief second en third opinion);
  • De complexiteit van de klachten van de patiënt is te hoog (teveel onderhoudende beïnvloedende factoren die de pijn en functioneren negatief beïnvloeden en niet zelf kunnen worden behandeld);
  • Verwachte reductie in pijn en verhoging van functioneren blijven uit/ ingezette therapie niet effectief en geen alternatieve mogelijkheden binnen huidige echelon;
  • Er is geen aansluiting bij de hulpvraag, behoefte en/of waarde van de patiënt.

Overweeg in samenspraak met de patiënt de zorg af te schalen naar een lager echeleon indien er sprake is van één of meer van deze factoren:

  • er is een adequate pijndiagnose gesteld, er is inzicht in de onderhoudende beïnvloedende factoren (bio-psycho-sociaal; en
  • er is een effectieve, minder belastende, goedkopere of korte vorm van behandeling mogelijk in een lagere lijn; of
  • de ingezette therapie is niet effectief en er is geen alternatief binnen competenties; of
  • er is geen aansluiting bij de hulpvraag, behoefte of waarden van de patiënt.