Aanbevelingen voor de Fysiotherapeut
De ziekte van Parkinson is een progressieve neurodegeneratieve aandoening die voor een groot deel wordt veroorzaakt door verlies van dopamine producerende neuronen in de substantia nigra. De diagnose wordt primair gesteld op klinische kenmerken, gebaseerd op een anamnese en een gericht neurologisch onderzoek. In 2017 waren 33.500 patiënten met Parkinson en 16.500 patiënten met parkinsonisme onder behandeling van een neuroloog. Verwacht wordt dat de prevalentie de komende jaren fors zal toenemen door de vergrijzing, trends in overleving en industrialisatie.
De richtlijn geeft aanbevelingen ten aanzien van de niet medicamenteuze (multidisciplinaire) behandeling bij de ziekte van Parkinson, gericht op houdingsproblematiek en valrisico.
Houdingsproblematiek
Inventariseren aard problematiek
Inventariseer bij elke patiënt met de ziekte van Parkinson eventuele problemen in functie, activiteiten en participatie als gevolg van houdingsproblematiek.
Oefentherapie
Overweeg patiënten een oefenprogramma aan te bieden gericht op het behouden van de mobiliteit van de romp en ter voorkoming van een afwijkende houding. Het programma dient sensomotorische oefeningen (met feedback), stabiliteitsoefeningen en functionele oefeningen (in combinatie met dubbeltaken) te bevatten.
Leer de patiënt de oefeningen aan om deze vervolgens zelfstandig te kunnen voortzetten.
Overweeg het toepassen van oefenvormen uit de Alexander Techniek om de houding te verbeteren.
Interventies naast oefentherapie
Overweeg hydrotherapie om de houding te verbeteren.
Overweeg als onderdeel van een oefenprogramma het toepassen van kinesiotape om via proprioceptieve stimulatie de houding te verbeteren. Maak gebruik van een proefperiode om de verdraagzaamheid te onderzoeken.
Dagelijkse activiteiten
Overweeg advisering over passende compensaties in de uitvoering van de activiteit (ten aanzien van methode, duur, tijdstip, uitgangshouding) of de omgeving (houdingsondersteuning, voorzieningen, inrichting) om het dagelijks functioneren te optimaliseren.
Overweeg bij zittend of staand uitvoeren van activiteiten het toepassen van cues en/of gerichte aandacht (bijvoorbeeld ook reminders) om de houding te handhaven of tijdelijk te veranderen.
Overweeg bij complexe problematiek met gevolgen op meerdere domeinen (bijvoorbeeld eten en slikken) een multidisciplinair behandelteam in te schakelen voor een multidisciplinaire analyse.
Valrisico
Inschatten valrisico
Analyseer bij iedere patiënt met de ziekte van Parkinson het valrisico. Vraag naar de valgeschiedenis van het afgelopen jaar. Vraag ook naar bijna vallen en valangst.
Bespreek met de patiënt naar aanleiding van de analyse een plan ten aanzien van het valrisico aangaande behandeling en/of doorverwijzing voor nadere (multidisciplinaire) analyse van valrisicofactoren.
Angstklachten
Indien de angstklachten situatief zijn (dat wil zeggen optreden tijdens bepaalde handelingen
of ADL functies): Overweeg behandeling door fysiotherapeut, ergotherapeut of oefentherapeut met expertise op het gebied van de ziekte van Parkinson, waarbij de betreffende situaties geoefend worden, eventueel mede ondersteund door oefeningen met een gedragstherapeut.
Multidisciplinair
Netwerk zorg
Wijs een zorgcoördinator aan voor iedere patiënt. Deze heeft de volgende taken: aanspreekpunt van de patiënt, diens naasten en alle zorgverleners; organiseren van zo nodig multidisciplinaire overleggen (MDO) met de relevante zorgverleners; houden van proactief contact met de patiënt.
De rol van zorgcoördinator kan in principe door iedere zorgverlener uitgevoerd worden maar de rol past het beste bij de Parkinsonverpleegkundige/verpleegkundig specialist, huisarts/gespecialiseerde praktijkverpleegkundige of specialist ouderengeneeskunde.
Werk samen in zorgnetwerken, door de behandeldoelen op elkaar af te stemmen.
Streef naar samenwerking met uitsluitend getrainde professionals op het terrein van de ziekte van Parkinson, waar mogelijk zorgverleners die aangesloten zijn bij ParkinsonNet.
Betrek neurologen en verpleegkundige disciplines ook bij de zorg als een patiënt wordt opgenomen in een verpleeghuis.