Ga naar de inhoud

Preventie van valincidenten bij ouderen (2026)

De Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG) heeft modules uit de richtlijn Preventie van valincidenten bij ouderen herzien. Deze richtlijn is geschreven voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de zorg van patiënten met een verhoogd valrisico. Het KNGF heeft commentaar geleverd in samenwerking met Hanna ven Eijsden en Marjolein Wondergem tijdens de commentaarfase en dit is naar tevredenheid verwerkt.

Gerelateerde link:  

Preventie van valincidenten bij ouderen (2026)

Aanbevelingen voor de fysiotherapeut 

Thuiswonende patiënten 

Vraag bij thuiswonende patiënten van 65 jaar en ouder routinematig (bij voorkeur jaarlijks) de volgende items uit: 

  • Bent u in de afgelopen twaalf maanden gevallen? 
  • Bent u bezorgd om te vallen? 
  • Heeft u moeite met bewegen, lopen of balans houden? 

Beoordeel de mate van valrisico bij iedere oudere die zich presenteert met een val of valgerelateerd letsel, of wanneer één van bovenstaande vragen met “ja” wordt beantwoord.   

Gebruik hierbij de volgende criteria: een patiënt heeft een hoog valrisico indien één van de onderstaande punten van toepassing is: 

  • Er is sprake van letsel ten gevolge van een val 
  • Er hebben zich twee of meer valincidenten voorgedaan in het afgelopen jaar 
  • De oudere heeft een kwetsbare gezondheid* 
  • De oudere kon niet zelfstandig opstaan na een val 
  • Er was sprake van bewustzijnsverlies bij een val 

*Gebruik voor de inschatting van kwetsbaarheid een gevalideerd instrument 

Overweeg een 4-meter looptest uit te voeren indien geen van bovenstaande punten aanwezig zijn; een looptijd van ≥ 4 seconden duidt op een matig valrisico 

 Gebruik informatie uit bovenstaande vragen en testen om via het algoritme (opent in nieuw tabblad) te beoordelen of de oudere een laag, matig of hoog valrisico heeft. 

 Voer bij thuiswonende ouderen die in de “hoog risico” categorie vallen, vervolgens een multifactoriële, multidisciplinaire valrisicobeoordeling (opent in nieuw tabblad) uit of verwijs de patiënt naar een zorgverlener die de valrisicobeoordeling kan uitvoeren. 

Hoog valrisico 

Voer bij thuiswonende ouderen met een hoog valrisico een multifactoriële** valpreventieve interventie uit, gebaseerd op de geïdentificeerde valrisicofactoren vanuit de multidisciplinaire, multifactoriële valrisicobeoordeling. (opent in nieuw tabblad) 

 Bespreek met de patiënt diens wensen en doelen en bepaal samen de meest geschikte aanpak om de therapietrouw te verhogen. 

Neem altijd een beweeginterventie op met balans- en functiegerichte componenten. 

Verwerk daarnaast in de multifactoriële valpreventieve interventie de positief gescoorde valrisicofactoren en overweeg minimaal de volgende items (voor details per interventiecomponent zie tabel Aanbevelingen valpreventieve interventies thuiswonende ouderen (opent in nieuw tabblad)): 

 Startend met de interventie met de hoogste bewijskracht 

  • Afbouw van valrisicoverhogende medicatie via gestructureerde medicatieoptimalisatie (zie hiervoor de module beoordeling valrisicoverhogende medicatie (opent in nieuw tabblad)) 
  • Persoons-omgevingsinterventies 
  • Management van orthostatische hypotensie (conform de module valpreventie bij orthostatische hypotensie (opent in nieuw tabblad)) en cardiovasculaire aandoeningen op vergelijkbare wijze als ouderen met syncope 
  • Kennisoverdracht over valpreventie (beweeg-, omgevings- en alcoholadviezen) 
  • Behandeling van acute en chronische aandoeningen 
  • Optimalisatie van visus (cataract OK indien aangewezen, refractie) en gehoor 
  • Aanpak van voetproblemen en passend en veilig schoeisel 
  • Interventies gericht op bezorgdheid om te vallen (valangst) 
  • Vitamine D-suppletie 
  • Behandeling van (risico op) ondervoeding en dehydratie 
  • Behandeling van cognitieve stoornissen en depressie 
  • Behandeling van vestibulaire aandoeningen (duizeligheid) 
  • Management van incontinentie 
  • Pijnmanagement 

Evalueer de uitvoering en effecten van de interventie binnen 30–90 dagen en pas het behandelplan zo nodig aan. 

**Multifactorieel: de combinatie van interventiecomponenten wordt afgestemd op de individuele patiënt. 

Matig valrisico 

Bied ouderen met een matig valrisico een multicomponent*** interventie aan met minimaal de volgende onderdelen: 

  • Beweeginterventie met balans- en functiecomponenten 
  • Mondelinge en schriftelijke informatie over valpreventie (kennisoverdracht) 

Overweeg daarnaast persoons-omgevingsinterventies. 

***Multicomponent: alle patiënten krijgen dezelfde combinatie van interventiecomponenten. 

Ouderen in het verpleeghuis 

Voer bij ouderen in het verpleeghuis met een hoog valrisico een multifactoriële valpreventieve interventie, gebaseerd op de geïdentificeerde valrisicofactoren vanuit de multidisciplinaire, multifactoriële valrisicobeoordeling (opent in nieuw tabblad). 

Verwerk in de multifactoriële valpreventieve interventie de positief gescoorde valrisicofactoren en overweeg minimaal de volgende items (zie voor het volledige overzicht en details per interventiecomponent zie tabel Aanbevelingen valpreventie interventies ouderen in het verpleeghuis (opent in nieuw tabblad)): 

Startend met de interventie met de hoogste bewijskracht 

Betrek mantelzorgers bij de besluitvorming over valpreventieve maatregelen, met aandacht voor zowel de mogelijkheden als de beperkingen van de bewoner binnen de verpleeghuissetting. 

Voer bij alle opgenomen ouderen in het ziekenhuis een multifactoriële valpreventieve interventie uit, gebaseerd op de geïdentificeerde valrisicofactoren uit de multifactoriële, (multidisciplinaire) valrisicobeoordeling (opent in nieuw tabblad) ongeacht de inschatting van het valrisico.   

Verwerk in de multifactoriële valpreventieve interventie de positief gescoorde valrisicofactoren en overweeg minimaal de volgende items (voor details per interventiecomponent en het complete overzicht zie tabel Aanbevelingen valpreventie interventies ouderen in het ziekenhuis (opent in nieuw tabblad)): 

Startend met de interventie met de hoogste bewijskracht 

  • Beweeginterventie met balans- en functiegerichte componenten (minimaal 1 uur per dag) 
  • Vitamine D-suppletie 
  • Behandeling van (risico op) ondervoeding en dehydratie 
  • Afbouw van valrisicoverhogende medicatie via een gestructureerde medicatieoptimalisatie (zie hiervoor de module beoordeling valrisicoverhogende medicatie (opent in nieuw tabblad)). 
  • Organisatie- en omgevingsgerichte interventies 

Richt de interventies tijdens de opname op risicofactoren die direct in het ziekenhuis kunnen worden aangepakt. Zorg bij ontslag voor een transmurale vervolginterventie.