Ga naar de inhoud

Somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis (2026)

De Federatie Medisch Specialisten heeft op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie de richtlijn Somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis herzien. De richtlijn bevat actuele aanbevelingen voor diagnostiek, communicatie en behandeling, gebaseerd op de nieuwste inzichten en DSM-5 criteria.

De richtlijn Somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis is relevant voor de (psychosomatisch) fysiotherapeut. Het KNGF en de NFP zijn betrokken geweest bij de ontwikkeling van de zorgstandaard middels de afvaardiging van Els van Westrienen in de werkgroep en Bart van Buchem in de klankbordgroep. Het KNGF en de NFP hebben commentaar geleverd in samenwerking met Marielle Dekker tijdens de commentaarfase en dit is naar tevredenheid verwerkt.

Gerelateerde links:

Somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis (2026)

Aanbevelingen voor de fysiotherapeut

Paramedische en psychologische behandeling van FNS 

  • Geef educatie over FNS na het stellen van de diagnose. Benoem expliciet de diagnose, en demonstreer of bespreek de positieve klinische kenmerken op basis waarvan de diagnose is gesteld. Wijs de patiënt op schriftelijke informatie over FNS, bijvoorbeeld de informatiefolder van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie 
  • Behandeling is afhankelijk van de aard van de symptomen: 
  • Verwijs patiënten met functionele motorische symptomen naar fysiotherapie 
  • Verwijs patiënten met FNS aanvallen voor psychologische behandeling 
  • Verwijs patiënten met functionele slik- en spraakstoornissen naar logopedie 
  • Overweeg “off-label” CGT of ACT voor patiënten met functionele cognitieve klachten 
  • Overweeg hypnotherapie en katalepsie-inductie als onderdeel van een klachtgerichte behandeling van FNS, zoals fysiotherapie of CGT. 
  • Overweeg “off-label” EMDR voor FNS bij patiënten die onvoldoende effect hebben van bovenstaande interventies. 
  • Verwijs patiënten naar de ggz of revalidatie voor beschrijvende diagnostiek en behandeling volgens het biopsychosociale model als er bij indicatiestelling vermoeden is op belangrijke (andere) beïnvloedende factoren, zoals interfererende psychiatrische comorbiditeit, of wanneer klachtgerichte behandeling onvoldoende effect heeft. Zie ook submodule Geestelijke gezondheidszorg en module Multidisciplinaire zorg. 

Vaktherapie 

  • Overweeg vaktherapie (o.a psychomotore therapie, mindfulness, creatieve werkvormen) om het lichaamsbewustzijn te versterken en veerkracht en herstel te bevorderen, vooral bij patiënten met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis die minder baat hebben bij verbale therapieën of voor wie een non-verbale aanpak beter passend is, zoals bij sommige patiënten met een migratieachtergrond. 
  • Overleg met de patiënt welke vorm van vaktherapie het beste aansluit.  

Naasten 

  • Nodig naasten actief uit bij diagnostiek, uitleg en behandeling van somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. 
  • Signaleer hoe het gaat met naasten en bied bij overbelasting ondersteunende interventies aan. 
  • Heb specifieke aandacht voor kinderen in het gezin en overweeg zo nodig verwijzing naar programma’s gericht op kinderen of de ouder-kind relatie. 
  • Overweeg een systeeminterventie als interacties in het systeem een rol spelen bij het in stand houden van klachten. 
  • Bied de patiënt hulp bij het uitbreiden, herstellen of begrenzen van sociale contacten. Indien ervaren stigma sociale contacten in de weg staat, kan de zorgverlener samen met patiënt overwegen om: 
  • samen een passende uitleg te formuleren voor naasten; 
  • deze uitleg samen te geven tijdens een (online) bijeenkomst voor naasten; 
  • te verwijzen naar (online) lotgenotencontact; 
  • contact aan te bieden met een ervaringsdeskundige. 

Multidisciplinaire behandeling 

  • Overweeg multidisciplinaire behandeling aan te bieden aan patiënten met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis, wanneer monodisciplinaire behandeling onvoldoende effect heeft. 
  • Overweeg directe verwijzing naar multidisciplinaire behandeling bij patiënten met (complexe) somatische en/of psychische comorbiditeit of meervoudige biopsychosociale beïnvloedende factoren, waarbij een geïntegreerde aanpak wenselijk is. 
  • Neem in een multidisciplinaire behandeling ten minste op: educatie en een gedeelde behandelvisie, een psychologische component en een fysieke (lichaamsgerichte) component.
  • Voeg bij voorkeur de mogelijkheid van medische, verpleegkundige en maatschappelijke interventies toe om integrale biopsychosociale zorg te bevorderen. 
  • Bepaal de intensiteit, duur en vorm (1ste, 2de of 3de lijn, poliklinisch, deeltijd of klinisch; vast programma of gepersonaliseerde behandeling) van een multidisciplinaire behandeling op basis van professionele inschatting en gezamenlijke besluitvorming, rekening houdend met patiënt- en contextfactoren zoals belastbaarheid, groepsgeschiktheid, beïnvloedende biopsychosociale factoren en de regionale beschikbaarheid. Overweeg verwijzing naar multidisciplinaire behandeling in de hoogspecialistische (derdelijns) ggz voor patiënten met zeer ernstige of complexe problematiek. Gebruik de Transdiagnostische Decision Tool als hulpmiddel bij het vaststellen of behandeling in een derdelijns centrum aangewezen is. 
  • Evalueer regelmatig samen met de patiënt (en diens naasten) en het multidisciplinaire team of de behandeling effectief is in relatie tot de geformuleerde doelen. 
  • Maak een terugvalpreventieplan, overweeg nazorg afspraken en zorg voor een overdracht naar de huisarts of (vervolg)behandeling na het afronden van de multidisciplinaire behandeling. 
  • Overweeg het raadplegen van de handreiking hardnekkige aanhoudende lichamelijke klachten voor patiënten met een zeer ernstige somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis bij wie multidisciplinaire behandeling in de derdelijn niet effectief of haalbaar is. 

Arbeidsparticipatie en re-integratie 

  • Geef bij patiënten met somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis tijdig (vroeg in het ziekteverzuim) aandacht aan arbeidsre-integratie en arbeidsparticipatie en laat dit parallel lopen aan de medische behandeling. 
  • Betrek alle partijen en zorg voor afstemming: patiënt, zorgverleners uit de bedrijfsgezondheidszorg, zorgverleners uit de curatieve sector en indien aan de orde de werkgever. 
  • Deel informatie en zorg voor duidelijke communicatie tussen alle betrokkenen en tussen zorgverleners, binnen de grenzen van het beroepsgeheim, om tegenstrijdige adviezen te voorkomen en de re-integratie naar arbeid soepel te laten verlopen. 
  • Ondersteun als zorgverlener patiënten bij het in kaart brengen van belemmerende en bevorderende factoren die van invloed kunnen zijn op de arbeidsparticipatie. Stem de begeleiding en behandeling hierop af. 
  • Besteed aandacht aan psychosociale factoren zoals coping, zelfmanagement, autonomie en sociale steun, en stem interventies en ondersteuning hierop af. 
  • Voor zorgverleners in de bedrijfsgezondheidszorg: 
  • Breng de mogelijkheden en beperkingen in het functioneren van de patiënt en de globale voorwaarden waaraan geschikte arbeid en re-integratie moet voldoen in kaart. 
  • Stem de aard, kwaliteit en sociale context van het werk af op de mogelijkheden en belastbaarheid van de patiënt, om duurzame arbeidsparticipatie te bevorderen. 
  • Biedt begeleiding en duidelijke uitleg tijdens en over het re-integratieproces en de procedures en de mogelijke consequenties hiervan. 
  • Maak werkgevers bewust van de kosten van verzuim en de baten van re-integratie. 

Samenwerking 

  • Informeer jezelf over de expertises en benadering van zorgverleners uit andere beroepsgroepen. Gebruik hierbij het overzicht Behandelmogelijkheden voor patiënten met ALK. 
  • Stimuleer interdisciplinaire betrokkenheid door het organiseren van gezamenlijke consultaties, interdisciplinair overleg en regionale samenwerkingsverbanden. 
  • Ontwikkel en implementeer een gezamenlijke visie en gedeelde taal over somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis voor zorgverleners van verschillende disciplines door de dialoog tussen de verschillende disciplines en patiëntvertegenwoordigers te bevorderen. 
  • Verbeter communicatie en coördinatie van individuele behandeltrajecten door aanwijzen van een regiebehandelaar binnen het team van betrokken zorgverleners, expliciteren van rollen en doelen van deelbehandelingen, en door regelmatige interdisciplinair te overleggen over de voortgang van de behandeling. 
  • Wees bij verwijzing duidelijk in de vraag en de verwachtingen en bespreek deze voorafgaand aan de verwijzing met de betreffende patiënt en de zorgverlener naar wie verwezen wordt.