Achtergrond informatie
Het Subacromiaal Pijnsyndroom van de schouder (SAPS) is een veel voorkomend probleem bij volwassenen (40-plussers). Per jaar krijgen ruim 20 op de 1000 patiënten deze klacht; vrouwen meer dan mannen. De schouder is met name pijnlijk bij zijwaartse bewegingen of heffen van de arm, zoals bijvoorbeeld bij bovenhandse werkzaamheden. Ook bij het liggen op de zijde kan deze pijn ontstaan of verergeren. Soms is de schouder ook pijnlijk in rust. Onder SAPS worden alle niet-traumatische, specifiek niet-inflammatoire of door een reumatologische oorzaak (meestal unilaterale) schouderklachten gerekend die leiden tot pijn, veelal verergerend tijdens of aansluitend aan het heffen van de arm. Primair omvat dit bursitis subdeltoidea/subacromialis en/of problematiek ten aanzien van de rotator cuff. De pathologie kan divers zijn, zoals cuff degeneratie, tendinosis calcarea, en rupturen van de supraspinatuspees.
De richtlijn is niet bedoeld voor de behandeling van patiënten met schouderklachten ten gevolge van een primaire of secundaire “frozen shoulder”, geïsoleerde bicepspeespathologie, (posttraumatische en atraumatische) instabiliteit van het glenohumerale of acomioclaviculaire gewricht, artrose van het glenohumerale en acromioclaviculaire gewricht, irreparebele rupturen van de rotator cuff en evenmin voor de behandeling van patiënten met primaire intra-articulaire pathologie of met schouderklachten ten gevolge van primair neurologisch lijden.
Deze richtlijn is bedoeld voor alle leden van de beroepsgroepen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met SAPS, waaronder orthopedisch chirurgen, fysio- en oefentherapeuten, anesthesiologen en radiologen. De richtlijn is mogelijk ook relevant voor revalidatieartsen, reumatologen, sociaal- en verzekeringsgeneeskundigen en bedrijfsartsen. Aangezien richtlijnen de klinische besluitvorming ondersteunen, is de richtlijn ook bedoeld voor patiënten met schouderklachten.