Ga naar de inhoud

Inspanningsgebonden pijnsyndromen van het onderbeen (2022)

Op initiatief van de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG) is in 2020 gestart met de ontwikkeling van de richtlijn Inspanningsgebonden pijnsyndromen van het onderbeen. Deze richtlijn is voortgekomen uit twee monodisciplinaire richtlijnen uit 2010 die door de VSG zijn ontwikkeld, namelijk: mediaal tibiaal stresssyndroom (MTSS) bij sporters en chronisch compartimentsyndroom van het onderbeen.

Namens het KNGF vertegenwoordigde Dr. Eric W.P. Bakker en Dr. Marinus Winters de fysiotherapie in de werkgroep. In mei 2022 heeft het KNGF commentaar gegeven op de gehele conceptrichtlijn (Twan Verboom en Stein van den Heuvel). Eind juli 2022 is het KNGF gevraagd de definitieve versie van de richtlijn, waarin onze commentaren naar tevredenheid zijn verwerkt, te autoriseren. Begin september 2022 is de richtlijn Inspanningsgebonden pijnsyndromen van het onderbeen geautoriseerd door het KNGF.

  • Publicatiedatum: 26 augustus 2022

Inspanningsgebonden pijnsyndromen van het onderbeen (2022)

Aanbevelingen voor de fysiotherapeut

Anamnese

  • Stel de patiënt vragen over de volgende centrale thema’s: de symptomen en de beperkingen die de patiënt ervaart, de mogelijke oorzaak van de klachten.

Lichamelijk Onderzoek

  • Voer het lichamelijk onderzoek als volgt uit:
    • Inspecteer de onderbenen en voeten op anatomische vorm en op afwijkingen van de huid.
    • Vergelijk altijd beide zijden, ook bij eenzijdige klachten.
    • Lokaliseer/palpeer zo nauwkeurig mogelijk de anatomische locatie/regio van de klacht.
    • Herhaal – op indicatie – het lichamelijk onderzoek direct na klachtenprovocatie (inspanning).
    • Onderzoek – op indicatie – de bewegingsketen van lumbaal tot en met de tenen op stabiliteit, mobiliteit, sensibiliteit, doorbloeding, kracht en reflexen

Aanvullend Onderzoek

  • Kom op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek tot een werkdiagnose en conservatief behandelplan.
  • Wees terughoudend met aanvullend onderzoek voor het aantonen dan wel uitsluiten van inspanningsgebonden pijnsyndromen van het onderbeen (MTSS, CECS, kuitklachten zonder letsel, zenuwinklemming en PAES).
  • Verwijs bij aanhoudende klachten naar een medisch specialist met interesse en ervaring in de problematiek voor aanvullend onderzoek.

Conservatieve behandelingen

  • Start de conservatieve behandeling met educatie van de patiënt over de aard van de vermoedelijke aandoening en het doseren van beenbelasting.
  • Bespreek met de patiënt welke barrières (fysiek, psychisch en/of sociaal) het herstel mogelijk tegenwerken, bijvoorbeeld (irreële) gedachten over de blessure, pijn en prestaties.
  • Start bij patiënten met MTSS, CECS en myogene kuitklachten met therapie gericht op pijnvermindering en oefentherapie. Stel het oefenprogramma samen gebaseerd op geobjectiveerde beperkingen of afwijkende bewegingspatronen.
  • Streef naar verhoging van belastbaarheid van de onderste extremiteit.
  • Overweeg loopscholing (verandering van wandel- of hardlooptechniek), verandering van schoeisel, of het verstrekken van zolen of compressiekousen bij patiënten die hun klachten ervaren bij hardlopen, springen, (snel) wandelen of lang staan.
  • Informeer de patiënt over de lage bewijskracht van conservatieve behandelingen.
  • Evalueer de behandeling na 6 weken en na 12 weken op pijn, functioneren en herstel naar sport/werk/ADL. Indien er na 12 weken conservatieve behandeling geen klachtenreductie of progressie in belastbaarheid plaatsvindt, heroverweeg de diagnose en het beleid, of draag de patiënt over aan een medisch specialist.
  • Verwijs een patiënt met (verdenking op) inklemming van een (onder-)been zenuw of PAES naar een specialist met interesse en ervaring in de problematiek zonder een conservatief traject op te starten.

Secundaire preventie

  • Bespreek bij afronding van een behandeltraject met de patiënt of een afgebakend preventief sportmedisch begeleidings- en educatietraject geïndiceerd is om een recidief te voorkomen.