Aanbevelingen voor de fysiotherapeut
Anamnese
- Stel de patiënt vragen over de volgende centrale thema’s: de symptomen en de beperkingen die de patiënt ervaart, de mogelijke oorzaak van de klachten.
Lichamelijk Onderzoek
- Voer het lichamelijk onderzoek als volgt uit:
- Inspecteer de onderbenen en voeten op anatomische vorm en op afwijkingen van de huid.
- Vergelijk altijd beide zijden, ook bij eenzijdige klachten.
- Lokaliseer/palpeer zo nauwkeurig mogelijk de anatomische locatie/regio van de klacht.
- Herhaal – op indicatie – het lichamelijk onderzoek direct na klachtenprovocatie (inspanning).
- Onderzoek – op indicatie – de bewegingsketen van lumbaal tot en met de tenen op stabiliteit, mobiliteit, sensibiliteit, doorbloeding, kracht en reflexen
Aanvullend Onderzoek
- Kom op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek tot een werkdiagnose en conservatief behandelplan.
- Wees terughoudend met aanvullend onderzoek voor het aantonen dan wel uitsluiten van inspanningsgebonden pijnsyndromen van het onderbeen (MTSS, CECS, kuitklachten zonder letsel, zenuwinklemming en PAES).
- Verwijs bij aanhoudende klachten naar een medisch specialist met interesse en ervaring in de problematiek voor aanvullend onderzoek.
Conservatieve behandelingen
- Start de conservatieve behandeling met educatie van de patiënt over de aard van de vermoedelijke aandoening en het doseren van beenbelasting.
- Bespreek met de patiënt welke barrières (fysiek, psychisch en/of sociaal) het herstel mogelijk tegenwerken, bijvoorbeeld (irreële) gedachten over de blessure, pijn en prestaties.
- Start bij patiënten met MTSS, CECS en myogene kuitklachten met therapie gericht op pijnvermindering en oefentherapie. Stel het oefenprogramma samen gebaseerd op geobjectiveerde beperkingen of afwijkende bewegingspatronen.
- Streef naar verhoging van belastbaarheid van de onderste extremiteit.
- Overweeg loopscholing (verandering van wandel- of hardlooptechniek), verandering van schoeisel, of het verstrekken van zolen of compressiekousen bij patiënten die hun klachten ervaren bij hardlopen, springen, (snel) wandelen of lang staan.
- Informeer de patiënt over de lage bewijskracht van conservatieve behandelingen.
- Evalueer de behandeling na 6 weken en na 12 weken op pijn, functioneren en herstel naar sport/werk/ADL. Indien er na 12 weken conservatieve behandeling geen klachtenreductie of progressie in belastbaarheid plaatsvindt, heroverweeg de diagnose en het beleid, of draag de patiënt over aan een medisch specialist.
- Verwijs een patiënt met (verdenking op) inklemming van een (onder-)been zenuw of PAES naar een specialist met interesse en ervaring in de problematiek zonder een conservatief traject op te starten.
Secundaire preventie
- Bespreek bij afronding van een behandeltraject met de patiënt of een afgebakend preventief sportmedisch begeleidings- en educatietraject geïndiceerd is om een recidief te voorkomen.