Achtergrond informatie
Infectie met SARS-CoV-2 presenteert zich met (zeer) milde tot zeer ernstige klachten die zich kunnen uiten in verschillende domeinen; zowel fysiek, sociaal-maatschappelijk, cognitief en/of psychisch. Het beloop van de ziekte maakt dat er goede voorzieningen nodig zijn voor het hersteltraject. Afhankelijk van onder andere restklachten en premorbide niveau van functioneren zijn er verschillende nazorgtrajecten na opname in ziekenhuis of eerstelijnsverblijf mogelijk: Medisch specialistische revalidatie (MSR), revalidatie in één van de Kenniscentra Complex Chronische Longaandoeningen (KCCL), geriatrische revalidatiezorg (GRZ), revalidatie in Wet Langdurige Zorg (WLZ zorgzwaartepakket 9B), eerstelijnsverblijf (ELV) hoog-complex (HC), ELV laag-complex en ELV palliatief, thuiszorg/wijkverpleging en (mono- of multidisciplinaire) behandeling door eerstelijns zorgprofessionals.
De richtlijn revalidatie en nazorg bij COVID-19 richt zich specifiek op de MSR en GRZ. De richtlijn beschrijft de keuze waar en hoe patiënten na een ziekenhuisopname of opname in een zorginstelling het beste kunnen revalideren. In deze richtlijn wordt de behandeling in een revalidatiecentrum of zorginstelling voor (geriatrische) revalidatie beschreven. Hierbij kan gedacht worden aan welke testen en vragenlijsten afgenomen kunnen worden, maar ook over de inhoud van de behandeling en de organisatie van zorg.
De modules van de richtlijn beschrijven aandachtsgebieden voor die de fysiotherapeut bij de behandeling van COVID in de GRZ en de MSR gericht op fysieke training, ademoefeningen en ademtraining. Daarnaast heeft de richtlijn aandacht indicaties en contra-indicaties voor behandeling en de organisatie van zorg.