Aanbevelingen voor de fysiotherapeut
Houd bij de evaluatie van spasticiteit rekening met de volgende factoren:
- Er zijn verschillen in de rol en mate van spasticiteit tussen passieve condities (waarbij de spier door een externe kracht wordt bewogen) en actieve condities (waarbij de spier door de persoon zelf wordt aangespannen).
- Het onderscheid tussen (de mate van) spasticiteit ten opzichte van andere componenten van spastische parese, zoals verlies van spierkracht/selectiviteit en bijkomende weefselveranderingen zoals verkorting en verstijving, is moeilijk te maken met klinische testen alleen.
Bepaal de (mate van) spasticiteit aan de hand van het behandeldoel:
- Bij passieve behandeldoelen (bijv. verzorgbaarheid): kwantificeer de spasticiteit met passieve testen en breng de (mate van) secundaire klachten in kaart.
- Bij behandeldoelen op vaardigheidsniveau of bij ledematen met (rest-)functie: verricht aanvullend ook:
- kwantificatie van de spastische parese met actieve motorische testen (spierkracht, selectieve motoriek, en actief bewegingsbereik)
- basis neurologisch en orthopedisch onderzoek voor het bepalen van factoren die bijdragen aan de motorische controle
- vaardigheidstesten (b.v.Action Research Arm Test/ ARAT, Stroke Upper Limb Capacity Scale/SULCS)
- bij een individueel bepaalde vaardigheid of behandeldoel kunnen de Canadian Occupational Performance Measure(COPM) of Goal Attainment Scaling(GAS) worden gebruikt voor en na een behandeling.
- bij de onderste extremiteit: gangbeeldanalyse met dynamisch oppervlakte EMG is over het algemeen noodzakelijk indien chirurgische behandeling wordt overwogen met tevens een risico op achteruitgang in (loop)vaardigheid door de behandeling.
Integreer passieve rekoefeningen (ter behoud van spierlengte en ROM van gewrichten) in de actieve oefentherapie van de individuele patiënt met cerebrale en/of spinale spasticiteit en, zo mogelijk, in zijn/haar dagelijkse routines, en houdt daarbij rekening met individuele patiëntkenmerken en -voorkeuren. Actieve oefentherapie is van belang om de functionaliteit te verbeteren en mogelijke nadelige effecten van spasticiteitbehandeling op spierkracht, functionaliteit en spieruithoudingsvermogen tegen te gaan.
Overweeg T(E)NS of NM(E)S als co-interventie naast oefentherapie bij cerebrale en/of spinale spasticiteit om spiertonus te verlagen en passieve ROM tijdelijk te vergroten bij patiënten in alle fasen na een CVA. Bespreek daarbij de praktische haalbaarheid en de kosten die de patiënt zelf moet dragen.
Schrijf elektrostimulatie in principe niet voor ter vermindering van spasticiteit bij patiënten met een dwarslaesie, tenzij meer voor de hand liggende interventies, zoals medicatie, niet mogelijk zijn of onvoldoende effect hebben.
Schrijf in principe geen elektrostimulatie voor om spasticiteit te reduceren bij patiënten met MS, tenzij andere meer voor de hand liggende interventies, waaronder medicatie, niet mogelijk of niet afdoende werkzaam zijn.
Ten aanzien van Extracorporale shockwave therapie (ESWT):
- Overweeg ESWT als alternatief voor Botulinetoxine (BoNT-A) behandeling bij focale en segmentale spasticiteit, vooral bij patiënten bij wie BoNT-A injecties leiden tot praktische bezwaren (beschikbaarheid, reisafstand, ongemak e.d.).
- Pas ESWT alleen toe indien de gewenste effecten niet heel specifiek op individuele (en vooral relatief kleine) spieren gericht zijn, dus vooral op relatief grote spiergroepen.
- ESWT dient altijd te worden toegepast door een daartoe opgeleid (fysio)therapeut of arts en gaat bij voorkeur niet ten koste van het aantal behandelingen voor parallelle oefentherapie. Bij toepassing van ESWT door een 1e lijn fysiotherapeut is inhoudelijke afstemming gewenst met de spasticiteitsbehandeling geleverd door een revalidatiearts (indien van toepassing).
- Pas ESWT toe op basis van concrete doelen en shared decision making. Net als BoNT-A is ESWT geen stand-alone behandeling, en dient het gepaard te gaan met passieve dan wel actieve oefeningen om functionele effecten te bewerkstelligen.
- Gezien de nog onzekere werkingsmechanismen van ESWT bij spasticiteit, moet voorzichtigheid worden betracht bij eventuele combinatiebehandeling van BoNT-A met ESWT. Indien toch voor combinatiebehandeling wordt gekozen, moeten de klachten en beperkingen van de patiënt nauwkeurig en langdurig worden gemonitord (minimaal 1 jaar) en zou ernaar moeten worden gestreefd het doseringsinterval van BoNT-A behandeling te verlengen.
- Overweeg bij langdurige toepassing van ESWT ook alternatieve behandelopties (zie module BoNT-A en module chirurgische behandeling).