Aanbeveling voor de fysiotherapeut
Binnen de richtlijn wordt de rol en positie van de fysiotherapeut beschreven bij:
- Dyspneu: Toepassen van fysiotherapeutische technieken, zoals ademhalingsoefeningen en wisselligging.
- Ribfracturen door hoesten: Advies bij doorademen en hoesten.
- Sputummobilisatie: Toepassen van fysiotherapeutische technieken voor sputummobilisatie zoals ademhalingsoefeningen, airstacken, comprimeren, hoestmachine ‘cough assist’, houdingsdrainage, PEPpen en huffen. Bespreek met kind en ouders dat fysiotherapeutische technieken gestaakt dienen te worden als het kind verder verzwakt en de behandeling te belastend wordt.
- Decubitus: Preventie en behandeling bij decubitus. Advies bij gebruik van hulmiddelen of het maken van aanpassingen, zodat huidlaesies minder belast worden.
- Misselijkheid en braken: Zorg voor ontspanning en afleiding, vooral in situaties waarbij angst een rol speelt.
- Beweegstoornissen: begeleiding om zo optimaal mogelijke (motorische) uitvoering van de dagelijkse handelingen door het kind te bereiken.
- Spasticiteit: behandeling en adviezen gericht op (omgaan met de beperkingen als gevolg van) spasticiteit.
- Uitvalsverschijnselen: begeleiding bij bewegingsgerichte interventie ter verbetering of tegen verzwakking van kracht.
- Pijn: Kind en ouders laagdrempelige adviezen te geven over houdingsverandering, ontspanningsmogelijkheden en eventuele hulpmiddelen.
- Reutelen: Adviezen bij slijmstase door onvoldoende effectieve hoest: toepassen (kinder)fysiotherapeutische technieken voor sputum-evacuatie.
- Vermoeidheid: Bied het kind indien gewenst en fysiek mogelijk inspanning/trainingsprogramma aan.