Ga naar de inhoud

Palliatieve zorg voor kinderen (2022)

Op initiatief van het Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en het Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg in samenwerking met het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) is in december van 2018 gestart met de herziening van de richtlijn Palliatieve zorg voor kinderen. De richtlijn is opgesplitst in meerdere richtlijnen. Namens het KNGF en NVFK vertegenwoordigde Leo van Vlimmeren de fysiotherapie in de werkgroep van de Richtlijn Hoesten en Richtlijn Reutelen.

In mei 2022 heeft het KNGF en NVFK commentaar gegeven op de gehele conceptrichtlijn (Suzan Moors, Manon Bloemen en Ivar Spin). In juli 2022 is het KNGF en de NVFK gevraagd de definitieve versie van de richtlijn te autoriseren. De richtlijn heeft als doel om de zorg voor kinderen in de palliatieve fase te verbeteren door het formuleren van aanbevelingen gericht op organisatie van zorg, besluitvorming, communicatie en afstemming, psychosociale zorg, rouw en nazorg, en symptoombestrijding.

  • Publicatiedatum: 20 januari 2023

Gerelateerde links:

  • Kwaliteitskader kinderpalliatieve zorg (opent in nieuw tabblad) – Vanwege specifieke verschillen is het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland niet één op één van toepassing in de palliatieve zorg voor kinderen. Daarom is het addendum kinderpalliatieve zorg op basis van de richtlijn palliatieve zorg voor kinderen toegevoegd aan het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland. Het addendum beschrijft bij elk domein van het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland de inhoudelijke en organisatorische verschillen tussen palliatieve zorg voor kinderen en volwassenen, en verwijst naar de relevante onderdelen in de richtlijn.

Palliatieve zorg voor kinderen (2022)

Aanbeveling voor de fysiotherapeut

Binnen de richtlijn wordt de rol en positie van de fysiotherapeut beschreven bij:

  • Dyspneu: Toepassen van fysiotherapeutische technieken, zoals ademhalingsoefeningen en wisselligging.
  • Ribfracturen door hoesten: Advies bij doorademen en hoesten.
  • Sputummobilisatie: Toepassen van fysiotherapeutische technieken voor sputummobilisatie zoals ademhalingsoefeningen, airstacken, comprimeren, hoestmachine ‘cough assist’, houdingsdrainage, PEPpen en huffen. Bespreek met kind en ouders dat fysiotherapeutische technieken gestaakt dienen te worden als het kind verder verzwakt en de behandeling te belastend wordt.
  • Decubitus: Preventie en behandeling bij decubitus. Advies bij gebruik van hulmiddelen of het maken van aanpassingen, zodat huidlaesies minder belast worden.
  • Misselijkheid en braken: Zorg voor ontspanning en afleiding, vooral in situaties waarbij angst een rol speelt.
  • Beweegstoornissen: begeleiding om zo optimaal mogelijke (motorische) uitvoering van de dagelijkse handelingen door het kind te bereiken.
  • Spasticiteit: behandeling en adviezen gericht op (omgaan met de beperkingen als gevolg van) spasticiteit.
  • Uitvalsverschijnselen: begeleiding bij bewegingsgerichte interventie ter verbetering of tegen verzwakking van kracht.
  • Pijn: Kind en ouders laagdrempelige adviezen te geven over houdingsverandering, ontspanningsmogelijkheden en eventuele hulpmiddelen.
  • Reutelen: Adviezen bij slijmstase door onvoldoende effectieve hoest: toepassen (kinder)fysiotherapeutische technieken voor sputum-evacuatie.
  • Vermoeidheid: Bied het kind indien gewenst en fysiek mogelijk inspanning/trainingsprogramma aan.