Ga naar de inhoud

Osteoporose en fractuurpreventie

Deze richtlijn heeft als doel richting te geven aan de dagelijkse praktijk van fysio- en oefentherapeutische diagnostiek en behandeling van patiënten met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico. De richtlijn beoogt de meest effectieve behandelingen en begeleiding van patiënten met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico te beschrijven. Op basis van een systematische evaluatie van wetenschappelijk onderzoek en weging van patiëntvoorkeuren en professionele expertise, ondersteunt de KNGF- & VvO-richtlijn ‘Osteoporose en fractuurpreventie’ fysio- of oefentherapeuten en patiënten in de klinische besluitvorming en biedt de richtlijn ook transparantie aan andere zorgverleners en betrokken partijen.

Publicatiedatum: 25 augustus 2026

Voor een overzicht van de belangrijkste actuele wijzigingen (opent in nieuw tabblad)

Osteoporose en fractuurpreventie

Samenvatting

Dit is een overzicht van de belangrijkste aanbevelingen uit de KNGF- & VvO-richtlijn ‘Osteoporose en fractuurpreventie’.

Aanbevelingen

Overweeg fysio- of oefentherapie bij patiënten met een chronische (stabiele) wervelfractuur toe te passen.
Overweeg krachttraining bij patiënten met een verhoogd fractuurrisico toe te passen.
Overweeg high-impacttraining bij patiënten met een verhoogd fractuurrisico toe te passen.
Maar alleen als:

  • de interventie onderdeel is van een bredere aanpak;
  • er samen met de patiënt een keuze wordt gemaakt (persoonsgerichte zorg) voor de interventie;
  • dit afgestemd is binnen de mogelijkheden van de patiënt;
  • de patiënt niet zelfstandig veilig kan oefenen of trainen, de krachttraining kan uitvoeren, de high-impacttraining uit kan voeren en/of bij aanvang advies en begeleiding nodig heeft;
  • de interventie kortdurend is en de stopcriteria besproken zijn met de patiënt;
  • er wordt gestreefd naar zelfmanagement van de patiënt.

Informele aanbevelingen*

Overweeg bij osteoporotische acute wervelfracturen fysio- of oefentherapie te starten zodra de acute pijn onder controle is, maar alleen als:

  • dit in overleg met de verwijzend medisch specialist wordt uitgevoerd;
  • de fysio- of oefentherapie onderdeel is van een bredere aanpak;
  • er samen met de patiënt een keuze wordt gemaakt (persoonsgerichte zorg) voor fysio- of oefentherapie;
  • de fysio- of oefentherapie afgestemd is op de mogelijkheden van de patiënt;
  • de patiënt niet zelfstandig veilig kan oefenen of trainen;
  • de interventie kortdurend is en de stopcriteria zijn besproken met de patiënt;
  • er wordt gestreefd naar zelfmanagement van de patiënt.

*Vanwege het ontbreken van literatuur die de specifieke vraagstelling beantwoordt, zijn de onderstaande aanbevelingen gebaseerd op expert opinion.

Overweeg de volgende vormen van fysio- of oefentherapie aan te bieden bij acute en chronische wervelfracturen:

Evalueer de voortgang van de behandeling van een patiënt met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico met behulp van de aanbevolen meetinstrumenten: de ‘Numeric Pain Rating Scale (NPRS), Patiënt Specifieke Goal-setting methode (PSG) en Short Physical Performance Battery (SPPB), tenzij er klinisch relevante redenen zijn om hiervan af te wijken.

Evalueer de behandeldoelen elke zes weken.

Overweeg om bij de evaluatie van de behandeling van een patiënt met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico de optionele meetinstrumenten af te nemen, wanneer dit passend is bij de situatie van de patiënt:

  • Berg Balance Scale (BBS); 
  • Handknijpkrachtmeter (HHD);
  • Falls Efficacy Scale International (FES-I);
  • Quality of Life for Osteoporosis (QUALEFFO-41);
  • Patient-Reported Outcomes Measurement Information System (PROMIS-10)