Ga naar de inhoud

Osteoporose en fractuurpreventie

Deze richtlijn heeft als doel richting te geven aan de dagelijkse praktijk van fysio- en oefentherapeutische diagnostiek en behandeling van patiënten met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico. De richtlijn beoogt de meest effectieve behandelingen en begeleiding van patiënten met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico te beschrijven. Op basis van een systematische evaluatie van wetenschappelijk onderzoek en weging van patiëntvoorkeuren en professionele expertise, ondersteunt de KNGF- & VvO-richtlijn ‘Osteoporose en fractuurpreventie’ fysio- of oefentherapeuten en patiënten in de klinische besluitvorming en biedt de richtlijn ook transparantie aan andere zorgverleners en betrokken partijen.

Publicatiedatum: 25 augustus 2026

Voor een overzicht van de belangrijkste actuele wijzigingen (opent in nieuw tabblad)

Osteoporose en fractuurpreventie

Algemene inleiding

Aanleiding

Sinds de publicatie van de KNGF-richtlijn ‘Osteoporose’ in 2011 en de VvO-richtlijn ‘Osteoporose’ in 2004 zijn nieuwe (wetenschappelijke) inzichten verkregen met betrekking tot de behandeling van patiënten met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico. Het is dan ook wenselijk om fysio- of oefentherapeuten van actuele aanbevelingen te voorzien, zodat zij in staat zijn om te bepalen bij welke patiënten met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico fysio- of oefentherapie is geïndiceerd. Daarnaast biedt deze richtlijn handvatten om de juiste fysio- of oefentherapeutische interventie(s) voor de juiste behandeldoelen te kunnen bieden, op de juiste plek binnen de gezondheidszorg.
Ook wordt in deze richtlijn het belang benadrukt van het regelmatig evalueren en monitoren van de behandeling om het behandelplan waar nodig tijdig bij te stellen en de voortgang te bewaken.
De nauwe samenhang tussen fysiotherapie en oefentherapie was aanleiding voor het KNGF en de VvO om de richtlijn gezamenlijk te herzien.

Doel van de richtlijn

Deze richtlijn heeft als doel richting te geven aan de dagelijkse praktijk van fysio- en oefentherapeutische diagnostiek en behandeling van patiënten met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico. De richtlijn beoogt de meest effectieve behandelingen en begeleiding van patiënten met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico te beschrijven. Op basis van een systematische evaluatie van wetenschappelijk onderzoek en weging van patiëntvoorkeuren en professionele expertise, ondersteunt de KNGF- & VvO-richtlijn ‘Osteoporose en fractuurpreventie’ fysio- of oefentherapeuten en patiënten in de klinische besluitvorming en biedt de richtlijn ook transparantie aan andere zorgverleners en betrokken partijen.

Doelgroep

Patiëntengroep

Deze richtlijn betreft de fysiotherapeutische en oefentherapeutische zorg voor patiënten met een verhoogd fractuurrisico, onder wie patiënten met primaire of secundaire osteoporose. Wanneer geen onderliggende oorzaak voor osteoporose wordt vastgesteld, spreekt men van primaire osteoporose. Bij secundaire osteoporose is sprake van een andere aandoening die aan het ontstaan van osteoporose ten grondslag ligt. De richtlijn heeft betrekking op de preventie van fracturen bij patiënten ≥ 40 jaar bij wie het risico op fracturen verhoogd is ten opzichte van de fractuurkans in de algemene bevolking. De richtlijn richt zich op de fysiotherapeutische en oefentherapeutische behandeling, met onder meer aandacht voor het tegengaan van afname van de botmineraaldichtheid (BMD) en het daarmee samenhangende verlagen van het fractuurrisico.

Een patiënt heeft een verhoogd fractuurrisico wanneer hij behoort tot een van de volgende drie groepen (Federatie Medisch Specialisten, 2022; Nederlands Huisartsen Genootschap, 2024):

  • Risicogroep 1: patiënten ≥ 50 jaar met een relevante (wervel)fractuur < 2 jaar geleden
  • Risicogroep 2: patiënten ≥ 40 jaar met gebruik van glucocorticoïden (systemisch gebruik ≥ 3 maanden)
  • Risicogroep 3: patiënten ≥ 60 jaar met een fractuurrisicoscore van ≥ 4 punten (opent in nieuw tabblad) voor een fractuur.

Ter verduidelijking: bij patiënten met een vastgestelde osteoporose wordt onderscheid gemaakt tussen patiënten met een recente fractuur, die tot risicogroep 1 behoren vanwege een extreem hoog risico op een nieuwe fractuur in de eerste twee jaar, en patiënten zonder (recente) fractuur, die worden ingedeeld in risicogroep 3 met een verhoogd fractuurrisico.

Beoogde gebruikers van de richtlijn

Deze richtlijn is primair gericht op fysio- en oefentherapeuten die de hiervoor gedefinieerde patiëntengroep behandelen en begeleiden, ongeacht de setting (b.v. eerstelijnspraktijk, verpleeghuis, een ziekenhuis of een revalidatie-instelling; in een mono- of multidisciplinaire setting).
Deze beroepsgroepen worden beschreven in het ‘Beroepsprofiel Fysiotherapeut  (opent in nieuw tabblad)’ en het ‘Beroepsprofiel Oefentherapeut (opent in nieuw tabblad) ’(Koninklijk Nederlands Genootschap Fysiotherapie et al., 2021; Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck, 2025)

Overige gebruikers van de richtlijn

De richtlijn is ook relevant voor andere zorgverleners die betrokken zijn bij de diagnostiek, begeleiding, behandeling en monitoring van patiënten met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico, zoals b.v. internisten, endocrinologen, traumachirurgen, geriaters, specialisten ouderengeneeskunde, reumatologen, revalidatieartsen, bedrijfsartsen, radiologen en nucleair geneeskundigen, physician assistants, psychologen, verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, diëtisten en ergotherapeuten. Daarnaast is de richtlijn relevant voor patiënten, naasten van patiënten, beleidsmakers en andere organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico. De richtlijn is voor deze overige gebruikers relevant omdat zij, vanuit hun eigen discipline, indirect betrokken zijn bij of afstemming hebben met de fysio- of oefentherapeutische zorg voor patiënten met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico.

Afbakening

De richtlijn is gericht op het beroepsspecifieke diagnostische en therapeutische proces én de organisatie van de zorg door de fysio- en oefentherapeut bij patiënten met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico.

De afbakening op deze patiëntengroep is gekozen in lijn met de nationale afbakening van de huisartsen, verpleegkundigen en medisch specialisten (Federatie Medisch Specialisten, 2022; Nederlands Huisartsen Genootschap, 2024; Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN), 2024).

De aanbevelingen in deze richtlijn geven enkel antwoorden op de hoogst geprioriteerde knelpunten in de zorg.

De specifieke uitgangsvragen die in deze richtlijn zijn beantwoord, zijn per module weergegeven.

Status van de richtlijn

Aanbevelingen in een richtlijn zijn geen wetten of dwingende voorschriften. In principe wordt een fysio- of oefentherapeut geacht zich aan de aanbevelingen te houden, maar beargumenteerd afwijken is legitiem of zelfs noodzakelijk indien afwijken past bij de situatie en wensen van een individuele patiënt (Zorginstituut Nederland, 2021).

Leeswijzer en opbouw van de richtlijn

Deze richtlijn bestaat uit drie delen. De algemene informatie in deel A omvat de algemene inleiding, achtergrondinformatie en informatie over de wijze waarop de zorg is georganiseerd. In deel B wordt ingegaan op de indicatiestelling. Deel C betreft het therapeutisch proces, waarin wordt ingegaan op diverse interventies en de monitoring en evaluatie van de behandeling.

De verschillende onderwerpen binnen een deel komen aan bod in afzonderlijke- op zichzelf staande modules. In elke module is de informatie vervolgens verdeeld over twee verdiepende lagen, waarbij met elke laag het desbetreffende onderwerp verder wordt uitgediept:

  • De praktische handvatten, de aanbevelingen (de eerste laag);
  • In de toelichting (de tweede laag) staan:
    • de aanleiding over het onderwerp dat aan de orde is;
    • de rationale: afwegingen die zijn gemaakt ten aanzien van de belangrijkste argumenten die leiden tot de aanbeveling dan wel een omschrijving;
    • de details over de wijze waarop deze informatie is vergaard (onder andere zoekstrategie, samenvatting van resultaten, beoordeling van bewijskracht;
    • de beschrijvingen en het proces waarlangs deze afweging tot stand is gekomen;
    • de referenties van de gebruikte (wetenschappelijke) literatuur.

Definities

Waar ‘hij’ geschreven staat, kan ook ‘zij’ of ‘die/diens’ gelezen worden. Waar ‘therapie’ geschreven staat, kan ook ‘fysiotherapie’ of ‘oefentherapie’ gelezen worden.

Waar ‘patiënt’ geschreven staat, kan ook cliënt gelezen worden.

Wanneer in deze richtlijn wordt gesproken over fysiotherapeut of oefentherapeut betreft dit de rollen en competenties zoals beschreven in de geldende beroepsprofielen (Koninklijk Nederlands Genootschap Fysiotherapie et al., 2021; Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck, 2025).

Wanneer in deze richtlijn wordt gesproken over oefentherapie (ofwel exercise in het Engels) wordt de interventie oefentherapie bedoeld, die uitgevoerd wordt door ofwel de fysiotherapeut, ofwel de oefentherapeut. 

Inleiding: definitie en kenmerken van osteoporose

Osteoporose is een progressieve aandoening die botten verzwakt en het risico op botbreuken (fracturen) vergroot. Vanwege de ernstige gevolgen van osteoporose wordt de preventie van deze aandoening en de bijbehorende fracturen als essentieel beschouwd voor behoud van gezondheid, kwaliteit van leven en zelfstandigheid bij de oudere bevolking (World Health Organisation). Osteoporose wordt vaak aangeduid als een ‘stille aandoening’, aangezien klachten meestal pas optreden na het ontstaan van een fractuur.

Osteoporose is een chronische aandoening van het skelet die wordt gekenmerkt door een verlaagde BMD en een veranderde botarchitectuur. Hierdoor neemt de sterkte van het bot af, wat leidt tot een verhoogde kans op fracturen, zelfs zonder trauma (Liu, Curtis, Cooper, & Harvey, 2019).

Diagnose

De diagnose osteoporose wordt primair gesteld met behulp van een dual-energy X-ray absorptiometrie (DEXA-scan), waarmee de BMD wordt gemeten en uitgedrukt in een T-score; een T-score ≤ −2,5 bevestigt de diagnose osteoporose (Federatie Medisch Specialisten, 2022; Zorginstituut Nederland, 2020). Een verlaagde BMD, gedefinieerd door een T-score tussen −1,0 en −2,5, wordt ook wel osteopenie genoemd (World Health Organisation). Aanvullend wordt een vertebral fracture assessment (VFA) verricht, een lage-stralingsopname via de DEXA-apparatuur waarmee wervelfracturen kunnen worden opgespoord die klinisch niet altijd worden herkend (Federatie Medisch Specialisten, 2022). Wervelfracturen zijn klinisch zeer relevant omdat zij vaak het eerste teken van onderliggende osteoporose zijn en volgens de WHO-criteria wijst een bestaande fractuur in combinatie met een lage botdichtheid op ernstige osteoporose. Bovendien voorspellen wervelfracturen het risico op toekomstige fracturen aanzienlijk, onafhankelijk van de gemeten BMD (World Health Organisation).

Epidemiologie en maatschappelijke impact

Osteoporose komt vooral voor bij mensen van 50 jaar en ouder (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu & Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport, 2026). In Nederland wordt het aantal mensen met osteoporose geschat op ongeveer 1 miljoen, wat gelijkstaat aan circa 6% van de totale bevolking. Deze groep zal naar verwachting de komende jaren toenemen door de vergrijzing van de bevolking (International Osteoporosis Foundation, 2021). Breuken die ontstaan na een minimaal trauma, zijn een kerneffect van osteoporose en kwamen in 2019 naar schatting bij bijna 100.000 nieuwe gevallen voor, wat neerkomt op ongeveer 11 fracturen per uur (International Osteoporosis Foundation, 2021).

De prevalentie van osteoporose in Nederland onder 50-plussers ligt rond 21% bij vrouwen en 6% bij mannen, met een levenslang risico op een heupfractuur van respectievelijk 13 en 5% vanaf 50 jaar (International Osteoporosis Foundation, 2023). Deze fracturen gaan gepaard met aanzienlijke morbiditeit, pijn, functieverlies en een verminderde kwaliteit van leven. Een deel van de patiënten, de kwetsbare patiënten (opent in nieuw tabblad), overlijdt zelfs na een heupfractuur binnen een jaar of houdt blijvende beperkingen over (International Osteoporosis Foundation, 2024).

In de Europese Unie alleen al zijn de zorgkosten door fracturen geschat op €56,9 miljard per jaar, en deze kosten worden verwacht verder te stijgen met de vergrijzing van de bevolking (International Osteoporosis Foundation, 2021). In Nederland kwamen in 2019 ruim 41.000 mensen van 50 jaar en ouder op de Spoedeisende Hulp met een osteoporotische fractuur, met totale directe medische kosten van bijna €400 miljoen per jaar, waarvan een derde samenhing met nieuwe fracturen (VeiligheidNL. Kenniscentrum letselpreventie, 2021). Ondanks de beschikbaarheid van effectieve behandelingen blijft er een grote behandel- en zorgkloof; in Nederland blijven naar schatting ruim 400.000 vrouwen met een hoog fractuurrisico zonder adequate behandeling, wat bijdraagt aan een preventiekloof in de zorg (International Osteoporosis Foundation, 2023).

Deze epidemiologische trends en maatschappelijke kosten tonen aan dat osteoporose niet alleen een omvangrijk medisch probleem is, maar ook een uitdagende publieke gezondheidskwestie, waarin tijdige diagnose en herkenning, effectieve preventie en integrale zorg essentieel zijn om de ziektelast te verminderen.

Actuele cijfers over incidentie, prevalentie en trends zijn terug te vinden bij het RIVM op Volksgezondheid en Zorg (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu & Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport, 2026).

Verhoogd fractuurrisico

Het risico op fracturen wordt niet alleen bepaald door de BMD, maar is het resultaat van een samenspel van meerdere factoren. Naast botkwantiteit speelt ook de kwaliteit van het bot een rol, waaronder de microarchitectuur, botgeometrie en botombouw. Verder dragen persoonsgebonden en klinische factoren bij aan het fractuurrisico, zoals leeftijd, geslacht, eerder doorgemaakte fracturen, comorbiditeit, medicatiegebruik (bijvoorbeeld corticosteroïden), leefstijl (zoals roken, alcoholgebruik en onvoldoende beweging), chronische ziekten en erfelijkheid (Nederlands Huisartsen Genootschap, 2024). Deze risicofactoren (opent in nieuw tabblad) zijn verwerkt in diverse risicoscorelijsten, waaronder die in de richtlijn van de medisch specialisten (Federatie Medisch Specialisten, 2022).

Voor evaluatie van risicofactoren voor een fractuur, bij mannen en vrouwen ≥60 jaar, zonder recente fractuur en zonder gebruik van glucocorticoïden, kan men de volgende scorelijst hanteren:

BMI < 201
Leeftijd ≥ 60 jaar1
Leeftijd≥ 70 jaar2
Eerdere, niet recente, fractuur na 50 levensjaar
> 2 jaar geleden
1
Ouder met heupfractuur1
Vallen > 1x laatste jaar en/of immobiliteit1
Roken en/of alcohol ≥ 3 /dag1
Gebruik van medicatie en/of ernstige onderliggende aandoening* die onvoldoende onder controle is (in overleg met behandelend arts).1
  • *Inflammatoire darmziekten: Ziekte van Crohn en colitis ulcerosa
  • Chronische malnutritie, malabsorptie, coeliakie
  • Reumatoide artritis
  • Andere chronische inflammatoire aandoeningen zoals spondylartropathie (Ziekte van Bechterew), SLE
  • Sarcoïdose
  • Onbehandeld hypogonadisme bij mannen en vrouwen: bilaterale orchidectomie en ovariëctomie, anorexia
  • nervosa, in het kader van behandeling van borstkanker en prostaatcarcinoom, hypopituïtarisme
  • COPD
  • Orgaantransplantatie
  • Type I Diabetes Mellitus
  • Type II Diabetes Mellitus met insuline behandeling
  • Schildklieraandoeningen: onbehandelde hyperthyreoïdie of chronisch overgesubstitueerde hypothyreoïdie
  • Onbehandelde primaire hyperparathyreoïdie
  • M. Cushing
  • Gebruik van Anti-epileptica

Indien er ≥ 4 punten worden gescoord, is het van belang dat de aanbevelingen (aanvullend onderzoek) in de richtlijn verder worden gevolgd.

Voor patiënten die worden behandeld met glucocorticoïden (≥40 jaar)of patiënten die ≤ 2 jaar geleden een fractuur hebben  doorgemaakt (≥50 jaar) zijn tevens aanvullende aanbevelingen geformuleerd.

Stabiele en instabiele fracturen

Binnen de context van osteoporose worden de termen stabiele en instabiele wervelfractuur gebruikt om de mechanische stabiliteit en het neurologisch risico te beoordelen (Federatie Medisch Specialisten, 2024). Een stabiele wervelfractuur, vaak een osteoporotische compressiefractuur, kenmerkt zich door behoud van de achterste structuren (facetgewrichten, bogen) en een laag risico op neurologische schade; behandeling is meestal conservatief met pijnstilling en mobilisatie (Federatie Medisch Specialisten, 2022).

Een instabiele wervelfractuur gaat gepaard met verlies van structurele samenhang of verplaatsing van fractuurdelen, met een verhoogd risico op neurologische complicaties (Federatie Medisch Specialisten, 2024). In dergelijke gevallen kan operatieve stabilisatie noodzakelijk zijn om verdere schade te voorkomen (Federatie Medisch Specialisten, 2022).

Valrisico en valpreventie

Naast botgerelateerde factoren is het valrisico een centrale determinant voor het ontstaan van fracturen. Volgens de internationale richtlijn voor valpreventie is vallen het resultaat van een complex samenspel van meerdere risicofactoren (Montero-Odasso et al., 2022). Deze risicofactoren kunnen worden onderscheiden in intrinsieke factoren, zoals verminderde fysieke en cognitieve functies, duizeligheid en valangst, en extrinsieke factoren, waaronder ongeschikt schoeisel en omgevingsrisico’s in de woonomgeving, zoals onvoldoende verlichting of obstakels. Het multifactoriële karakter van valrisico benadrukt het belang van een integrale benadering bij fractuur- en valpreventie.

Hoewel valpreventie (opent in nieuw tabblad) geen onderdeel vormt van deze richtlijn, inventariseren de paramedische beroepsgroepen buiten de beschouwing van deze richtlijn hoe de implementatie van kennis rondom valpreventie, waaronder eerder gepubliceerde richtlijnen, verder geoptimaliseerd kan worden.

Belang van bewegen en botbelasting

De Nederlandse beweegrichtlijnen adviseren volwassenen en ouderen om wekelijks minimaal twee keer spier- en botversterkende activiteiten te verrichten, naast het dagelijks bewegen (Kenniscentrum Sport & Bewegen). Deze regelmatige lichaamsbeweging is essentieel voor het behoud en de verbetering van de BMD. Juist de botbelastende en spierversterkende activiteiten dragen bij aan de stimulatie van botaanmaak, het behoud van botmassa en de verbetering van balans en rompstabiliteit (Nederlands Huisartsen Genootschap, 2024).

Indicaties voor fysio- en oefentherapie

Hoewel osteoporose of een verhoogd fractuurrisico op zichzelf niet altijd een directe indicatie vormt voor fysio- of oefentherapie, kunnen samenhangende problemen zoals fracturen, pijn, bewegingsangst, houdingsafwijkingen, verminderde spierkracht of balans aanleiding geven tot een hulpvraag heeft op het gebied van bewegen, lichamelijke klachten of dagelijkse activiteiten, waarmee een behandeling van de fysio- of oefentherapeut geïndiceerd is..

Daarnaast kan de fysio- of oefentherapeut bijdragen aan het diagnostische proces door het in kaart brengen van functionele mobiliteit, balans en het niveau van fysieke activiteit. Daarmee levert de fysio- of oefentherapeut een relevante bijdrage binnen de gehele zorgketen. Door goed geïnformeerd te zijn over risicofactoren voor osteoporose en fracturen kan de fysio- of oefentherapeut bovendien signaleren wanneer verdere diagnostiek geïndiceerd is. In situaties waarin nog geen osteoporose is vastgesteld, maar wel sprake is van een verhoogd risico, kan dit aanleiding zijn voor terugverwijzen naar de huisarts of medisch specialist. In de modules A.2 ‘Organisatie van zorg (opent in nieuw tabblad)’ en B.1 ‘Indic (opent in nieuw tabblad)a (opent in nieuw tabblad)tiestelling’ (opent in nieuw tabblad) wordt dit uitvoerig toegelicht.

Fysio- of oefentherapie richt zich daarbij bijvoorbeeld op het verbeteren van de functionele mobiliteit, het geven van houdingsadviezen, het optimaliseren van spierkracht en balans, het verminderen van pijn en het stimuleren van een actieve leefstijl. Naast individuele begeleiding kan de fysio- of oefentherapeut adviseren over deelname aan regulier sport- en beweegaanbod en over het veilig uitvoeren van dagelijkse activiteiten.

Fractuurpreventie: een brede benadering

Fractuurpreventie vraagt om een brede, integrale benadering waarin zowel de BMD als het valrisico wordt meegenomen. Het is belangrijk om beide aspecten niet met elkaar te verwarren, maar ze wel in samenhang te beschouwen. Deze benadering sluit aan bij recente (inter-)nationale richtlijnen, waarin de focus verschuift van een diagnose op basis van enkel BMD naar een inschatting van het individuele fractuurrisico, waarbij meerdere risicofactoren gezamenlijk worden gewogen (Federatie Medisch Specialisten, 2022). Fysio- of oefentherapeuten beschikken over een unieke positie binnen de keten van fractuurpreventie. Doordat zij frequent in contact staan met (kwetsbare) volwassenen en ouderen, kunnen zij een belangrijke rol spelen in de signalering van een verhoogd risico en als onderdeel van het formuleren van een behandelplan bij het aanwezig zijn van een verhoogd fractuurrisico en functionele beperkingen. Inzicht in de achterliggende mechanismen van botdichtheid, fractuurrisico en valrisico is essentieel om hun rol goed te kunnen vervullen. Zie tevens de module A.2 ‘Organisatie van zorg’ (opent in nieuw tabblad) voor een toelichting op deze rol en de samenwerking binnen de behandeling van patiënten met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico.

Afstemming met bestaande richtlijnen en verwijzing naar valpreventie

Deze richtlijn sluit aan bij bestaande richtlijnen en beleidsontwikkelingen op het gebied van osteoporose, fractuurpreventie en valpreventie, en beoogt bij te dragen aan samenhangende, transparante en kwalitatief goede zorg voor patiënten met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico.

Door deze integrale benadering en samenwerking binnen de keten, kan de zorg voor patiënten met osteoporose of een verhoogd fractuurrisico verder worden geoptimaliseerd.

Alonso-Coello, P., Schünemann, H. J., Moberg, J., Brignardello-Petersen, R., Akl, E. A., Davoli, M., Oxman, A. D. (2018). [GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction]. Gac Sanit, 32(2), 166 e161-166 e110. doi:10.1016/j.gaceta.2017.02.010

Andrews, J. C., Schünemann, H. J., Oxman, A. D., Pottie, K., Meerpohl, J. J., Coello, P. A., Guyatt, G. (2013). GRADE guidelines: 15. Going from evidence to recommendation-determinants of a recommendation’s direction and strength. J Clin Epidemiol, 66(7), 726-735. doi:10.1016/j.jclinepi.2013.02.003

Atkins, D., Best, D., Briss, P. A., Eccles, M., Falck-Ytter, Y., Flottorp, S., Zaza, S. (2004). Grading quality of evidence and strength of recommendations. Bmj, 328(7454), 1490.

Federatie Medisch Specialisten. (2022). Osteoporose en fractuurpreventie. Retrieved 17 november from https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/osteoporose_en_fractuurpreventie/startpagina_-_osteoporose_en_fractuurpreventie.html (opent in nieuw tabblad)

Federatie Medisch Specialisten. (2024). Acute Traumatische Wervelletsels. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/acute_traumatische_wervelletsels/startpagina_richtlijn_acute_traumatische_wervelletsels.html (opent in nieuw tabblad)

International Osteoporosis Foundation. (2021). SCORECARD FOR OSTEOPOROSIS IN EUROPE (SCOPE). Epidemiology, Burden, and Treatment of Osteoporosis

in the Netherlands. https://www.osteoporosis.foundation/sites/iofbonehealth/files/scope-2021/Netherlands%20report.pdf (opent in nieuw tabblad)

International Osteoporosis Foundation. (2023). Solutions for fracture prevention in the Netherlands (Country profile). https://www.osteoporosis.foundation/sites/iofbonehealth/files/2023-01/2022_country_profile_ned.pdf (opent in nieuw tabblad)

International Osteoporosis Foundation. (2024). Burden of Osteoporosis. https://www.osteoporosis.foundation/policy-makers/burden-osteoporosis (opent in nieuw tabblad)

Kenniscentrum Sport & Bewegen. Beweegrichtlijnen. https://www.kenniscentrumsportenbewegen.nl/beweegrichtlijnen/ (opent in nieuw tabblad)

Koninklijk Nederlands Genootschap Fysiotherapie, Mutsaers, J. H. A. M., Ruitenbeek, T. H., Schmitt, M. A., Veenhof, C., & Driehuis, F. (2021). KNGF Beroepsprofiel Fysiotherapeut. Over het vakgebied en rollen en competenties van de fysiotherapeut. Koninklijk Nederlands Genootschap Fysiotherapie (KNGF). https://www.kngf.nl/article/vak-en-kwaliteit/beroepscode/beroepsprofiel-fysiotherapeut (opent in nieuw tabblad)

Koninklijk Nederlands Genootschap Fysiotherapie. (2025). KNGF-richtlijnenmethodiek 2025. Ontwikkeling en implementatie van KNGF-richtlijnen en handreikingen. Vijfde editie. Retrieved from https://www.kennisplatformfysiotherapie.nl/richtlijnen/kngf-richtlijnenmethodiek/inleiding/ (opent in nieuw tabblad)

Liu, J., Curtis, E. M., Cooper, C., & Harvey, N. C. (2019). State of the art in osteoporosis risk assessment and treatment. J Endocrinol Invest, 42(10), 1149-1164. https://doi.org/10.1007/s40618-019-01041-6 (opent in nieuw tabblad)

Montero-Odasso, M., van der Velde, N., Martin, F. C., Petrovic, M., Tan, M. P., Ryg, J., Aguilar-Navarro, S., Alexander, N. B., Becker, C., Blain, H., Bourke, R., Cameron, I. D., Camicioli, R., Clemson, L., Close, J., Delbaere, K., Duan, L., Duque, G., Dyer, S. M.,Masud, T. (2022). World guidelines for falls prevention and management for older adults: a global initiative. Age Ageing, 51(9). https://doi.org/10.1093/ageing/afac205 (opent in nieuw tabblad)

Nederlands Huisartsen Genootschap. (2024). Fractuurpreventie. https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/fra (opent in nieuw tabblad)ctuurpreventie

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, & Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport. (2026). VZ info.nl. Osteoporose in het kort. https://www.vzinfo.nl/osteoporose (opent in nieuw tabblad)

VeiligheidNL. Kenniscentrum letselpreventie. (2021). Kosten van osteoporotische fracturen in Nederland. https://www.veiligheid.nl/sites/default/files/2022-05/Rapport%20Kosten%20van%20osteoporotische%20fracturen.pdf (opent in nieuw tabblad)

Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck. (2025). Beroepsprofiel Oefentherapeut. Samen voortdurend in beweging. Retrieved from https://vvocm.nl/Portals/2/VvOCM%20Beroepsprofiel%20Oefentherapeut%202025_1.pdf (opent in nieuw tabblad)

Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN). (2024). V&VN Richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie voor verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten in de eerste lijn. https://kennisplatform.venvn.nl/wp-content/uploads/richtlijnen/VVN-RL-Osteoporose-1.3.pdf (opent in nieuw tabblad)

WHO.  https://www.who.int/westernpacific/articles/item/simple-ways-to-prevent-osteoporosis (opent in nieuw tabblad)

Zorginstituut Nederland. (2020). Verbetersignalement Osteoporose. Zinnige Zorg. ICD-10-hoofstuk XIII, M80-85.

Zorginstituut Nederland. (2021). AQUA-Leidraad. Ten behoeve van de ontwikkeling van een richtlijn, module, zorgstandaard of organisatiebeschrijving, die betrekking heeft op (een deel van) een zorgproces en vastlegt wat noodzakelijk is om vanuit het perspectief van de cliënt goede zorg te verlenen. Zorginstituut Nederland.